Biologisch afbreekbare zakken?
Door Udo Pollmer

AblassFoto: Daniel Paul Schreber
Lizenz: CC BY-SA 3.0

Schuldgevoelens en opvoedkundige maatregelen zijn de reden waarom plastic tasjes geld moeten kosten. En de Duitsers bouwen aan de kassa’s van de supermarkten uit bruine papieren zakken met daarop  groene bomen, virtuele dijken tegen de ondergang van de wereld. Zijn we nog te redden?

Als dat geen goed nieuws is: De plastic zakjes verdwijnen uit de winkels, zodat de oceanen niet langer vervuilen en de dolfijnen eindelijk weer vrij kunnen ademen. Bovendien besparen we daarmee kostbare aardolie en ontlasten het milieu, die zwaar gebukt ging onder de lichte zakjes. Wanneer het onvermijdelijk is accepteren we alleen nog maar biologisch afbreekbare zakjes uit hernieuwbare bronnen.

Die zijn echter duur. De hoge prijzen van bio-kunststoffen weerspiegelen de moeilijke fabricage, een kleine aanwijzing op de ecologische voetafdruk. Daar zal het milieu dus wel niet van genezen. Vooral, wanneer men bedenkt, dat biologisch afbreekbare materialen in de vrije natuur maar verdomt moeilijk afbreekbaar zijn. In zout water, dus in de zee, duurt het uiteenvallen bijzonder lang. “Biologisch afbreekbaar” heet naar officiële lezing, dat het materiaal bij 60 graden in een tijdsbestek van drie maanden halverwege uiteen gevallen moet zijn.

Voor een snellere compostering wordt het bioafval in de installaties verhit. Maar ook...

...dit helpt niet echt bij de afbraak van de zakjes. Maar diverse bio-composteer-bedrijven hebben geen drie maanden tijd; ze bedrijven hun installaties zodanig dat ze hun waren al na vier weken weer af kunnen vullen. Dan zijn de zakjes nog intact. Volgens de DIN-norm EN 14045 mogen zelfs na de drie maanden nog altijd zo’n tien procent van de bio-zakjes met het blote oog te zien zijn (dus groter dan twee millimeter). Omdat de afnemers dat niet accepteren, worden de “biologisch afbreekbare” zakken uit het huisvuil vol maden uit de bio-ton gevist.


Wat niet voor jute- en papieren zakken spreekt

Voor hernieuwbare grondstoffen zoals maïs, katoen en jute heeft men land nodig, dat aan de voedselproductie word onttrokken. Wie tegenwerpt dat daarvoor maar weinig vlakte nodig is, vergeet dat hetzelfde van toepassing is voor aardolie. De aardolie die voor de totale wereldproductie kunststoffen benodigd is, maakt maar een gering percentage van de totale olieverbruik uit. De zakken zijn op hun beurt slechts het zwarte randje onder de nagels.

Jute wordt in tropische landen geproduceerd, de jutestruik heeft veel water nodig om te gedijen. Om de vezels buigzamer te maken, word een dubieus aardolie destillaat, een zogenaamde batch-olie gebruikt, dat er later weer uitgewassen word. Het verontreinigd in de producerende landen het water en bij ons de levensmiddelen. Het gebruik van jute zakken voor het transport van rijst, hazelnoten en andere ruwe grondstoffen heeft jarenlang onze voeding met aanzienlijke residuen belast.

Wie over wil gaan naar papieren zakken i.p.v. jute, moet het klaar zijn, dat ook de ruwe grondstof hout in plantages verbouwd word. De productie van papier vergt ook energie, water en chemie. Worden de zakken uit oud papier gemaakt, dan wasemen ze allerlei drukinkten uit en de levensmiddelen worden ook nu weer belast – bijvoorbeeld met minerale oliën.


Bij ons bestaan er geen stortplaatsen meer

Steeds meer waren zijn in moeilijke plasticverpakkingen geseald. Vooral kleinere artikelen worden met volumineuze, moeilijk te openen kunststof schalen omhuld, zodat het niet zo gemakkelijk gejat kan worden. Dat creëert bergen! Relevant is, wat in de plastic zak zit, niet de zak zelf.

Vanuit Duitsland belanden er sowieso nauwelijks plastic tasjes in zee. Bij ons zijn er geen vuilnishopen meer. Alles dient gerecycled of verbrand worden. Waarom dus dat hele theater over een reusachtige stroom zakjes, waarin – zichtbaar – de wereldzeeën dreigen te verdrinken? En de Duitsers bouwen nu bij de supermarktkassa’s  uit bruine papieren zakken, waarop een groene boom prijkt, virtuele dammen tegen de wereldondergang! Zijn we nog te redden?

Laten we ons liever wijden aan de tasjesbelasting, die de wetgever via de handel binnen krijgt. Niet de waarde van de tasje bepaald de prijs, maar de opvoedkundige bedoeling. De ervaringen uit andere landen zoals Ierland, waarin al langer geld voor plastic tasjes verlangt word, laten zien dat de consumenten na een aanvankelijk afzien geleidelijk aan weer naar de vertrouwde plastic tasjes grijpen. Dan word de prijs verhoogd totdat schuldgevoelens en aflaten handel een nieuw evenwicht gevonden hebben – wel op een hoger niveau.
Alleen daarom gaat het. Eet smakelijk!

 

Literatuur

Probst S: Das kann kein Meer mehr schlucken: Unsere Ozeane versinken im Plastikmüll. WWF.de, ohne Jahr

Bundesverband Meeresmüll: Makroplastik – aus dem Alltag in das Meer. Ohne Jahr

Verpackung - Bewertung der Desintegration von Verpackungsmaterialien in praxisorientierten Prüfungen unter definierten Kompostierungsbedingungen; Deutsche Fassung EN 14045:2003

Deutsche Umwelthilfe eV: Die Wahrheit über biologisch abbaubare Plastiktüten. Hintergrundpapier 11. April 2012

Schadwinkel A, Brauns B: Auf der Suche nach der perfekten Tüte. Zeit online 1. Juli 2016

Sommerfeldt N: Der "Kita-Effekt" macht die Plastiktüte unsterblich. Welt-Online 1. Juli 2016

Anon: Biofolie in Kompostanlagen unerwünscht. Stuttgarter Zeitung 15. August 2008

Pollmer U: Ökologie: Siedlungszone Plastikmüll. Deutschlandradio, Kolumne Mahlzeit vom 21. Dez. 2013

Wendel M: Papier statt Plastik: Apple Stores stellen auf umweltfreundlichere Tüten um. 5. April 2016