Nieuwe virussen alleen met insecticide te bestrijden
Door Udo Pollmer

LupinenLupinen
Foto: Hedi Schäfer
Lizenz: CC BY-SA 3.0

2016 is het “Internationale jaar van de peulvruchten” – uitgeroepen door de Verenigde Naties. Met erwten, bonen en linzen moet het eiwit-gat gesloten worden, om mens en dier te kunnen voeden. Daarmee was Duitsland in 2012 met zijn “eiwitplantenstrategie” zijn tijd ver vooruit.

Een nieuwe eiwitstrategie moet onze landbouw weer vooraan brengen en de voeding verbeteren. Met onderzoeksgelden en subsidies worden zowel wetenschappers als boeren van het politieke doel overtuigd: hoe meer plantaardig eiwit van eigen bodem ter beschikking staat, des te minder soja hoeft er geïmporteerd worden. Dat ontziet het regenwoud en het klimaat. En wij consumenten, krijgen peulvruchten in geuren en kleuren: Peultjes, groene bonen en gehakt vervaardigd uit lupinen.

Peulvruchten hebben een speciaal evolutionair voordeel: Ze herbergen in hun wortelgestel knolletjes bacteriën. Deze binden de stikstof uit de lucht en stellen die aan de planten als meststof ter beschikking. De boer kan dus afzien van een nitraatbemesting. Daar stikstof de vorming van eiwit stimuleert, liet zich langs deze weg het eiwitvoedermiddel door soja vervangen. Aldus de theorie van de zogenaamde “Futtermittel-wende”.

Men vraagt zich af, waarom de boeren niet zelf op dit geniale idee gekomen zijn? Het antwoord is niet zo spectaculair: Het loont zich eenvoudig niet. Peulvruchten zijn in Duitsland...

...hoogst onzekere kandidaten – ziektegevoelig en gevoelig voor weersinvloeden. Ook zij komen niet zonder bemesting klaar: Pas na een krachtige portie fosfaat komen de knolletjes bacteriën op gang. Met de stikstof-fixering stijgen de lachgas-emissies, die als bijzonder klimaatschadelijk gelden. Wordt het oogstafval in de bodem ondergewerkt, ontstaat er nog meer lachgas. Peulvruchten zijn op herbicide aangewezen, omdat de concurrent-zwakke plantjes snel door onkruid overwoekerd worden. Om ziektes en plaagdieren onder controle te houden, zijn lange teeltpauzes gewenst – erwten dienen maar om de vijf jaar op dezelfde vlakte geplant te worden.

Daartoe past de actuele melding van het Bondsinstituut: “Virusepidemie verwoest heel Duitsland door erwten- en bonenbestanden”. Uit met de pret ! Resistente soorten zijn er niet. Tegenwoordig kunnen de nieuwe virussen alleen met insecticide bestreden worden. De ziekteverwekkers worden door bladluizen overgedragen. De inzet van insecticide dient omwille van de natuurbescherming echter geminimaliseerd te worden. Dus worden de bestanden erwten- en akkerbonen ondergeploegd of afgebrand. Zo ziet er de politiek van voedselzekerheid in Duitsland uit.

Als voedermiddel zijn inheemse akkerbonen of voedererwten slecht van ondergeschikt belang. Ze bevatten stoffen, die de dieren de eetlust bederft, vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken of tot pijn in de buik voert. Daarom kunnen er maar beperkte hoeveelheden bijgevoerd worden. Als vervanging voor soja deugen ze niet: Akkerbonen, erwten en linzen bevatten veel minder eiwit als sojaexpeller, en daarbij missen ze essentiële aminozuren.

Natuurlijk werkt de landbouw aan oplossingen, voorop de kwekers: Dankzij hun werk springen de peulvruchten niet langer op het veld open en kunnen ze tegenwoordig met de maaidorser geoogst worden; de afweerstoffen worden voortdurend verlaagd, om de voedingswaarde te verhogen, vanzelfsprekend stegen ook de opbrengsten – vooral door volledig nieuwe soorten, hoogtepunten zijn hier de akkerbonen-synthetiks. Helaas betekent minder afweerstoffen een hogere vatbaarheid en daarmee meer plantenbescherming.

Desondanks bleef de eiwitopbrengst per hectare laag – verse peultjes, groene bonen of linzen bevatten rond de 6 procent eiwit, broodgraan levert bijna dubbel zoveel. Daarbij komt de hoeveelheid zetmeel – bij graan ligt het op 60 %, bij groene erwten slechts op 10 %. Bovendien levert graan hogere opbrengsten dan bonen. Duitsland heeft mogelijk slechte voorwaarden voor peulvruchten, maar is uitstekend geschikt voor het verbouwen van graan.

Bestaat er überhaupt een optie om sojaexpeller te vervangen? Jawel – met koolzaadextractieschrot, dus het restproduct van de koolzaadoliewinning, waarvan er jaarlijks miljoenen tonnen overblijven. Intussen loopt de verbouw van koolzaad weer terug, omdat het noodzakelijke beitsen van het zaadgoed onder voorwendsel van milieubescherming verboden werd. De soja importen zullen dus weer verder stijgen. Eet smakelijk!

 

Literatuur

Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung: Internationales Jahr der Hülsenfrüchte. 2016

Zerhusen-Blecher P, Schäfer BC: Stand des Wissens und Ableitung des Forschungsbedarfes für eine nachhaltige Produktion und Verwertung von Ackerbohne und Erbse. BÖLN FKZ: 12NA118, Soest 2013

Julius-Kühn-Institut: Virusepidemie rafft in ganz Deutschland Erbsen- und Ackerbohnenbestände dahin. Pressemeldung vom 12. Juli 2016

Bundesministerium für Ernährung, Landwirtschaft und Verbraucherschutz (BMELV): Eiweisspflanzenstrategie. Berlin 2012

Stalljohann G: Heimische Körnerleguminosen statt Sojaextraktionsschrot aus Übersee? Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen. Münster 24. Januar 2012

Stalljohann G: Grenzen und Chancen der heimischen Eiweißfuttermittel. Landwirtschaftskammer Nirdrhein-Westfalen, Münster 2013

Sass O: Sommerackerbohnen: Ein züchterischer Überblick. Praxisnah Sonderheft Leguminosen 2015; S. 8-10

Leick BCE: Emission von Ammoniak (NH3) und Lachgas (N2O) von landwirtschaftlich genutzten Böden in Abhängigkeit von produktionstechnischen Maßnahmen. Dissertation Hohenheim 2003

Lenz M: Ausreichender Schutz für sichere Erträge. Praxisnah Sonderheft Leguminosen 2015; S.24-27

Anon: Greening: „Aus“ für die Leguminosen? DLG-Mitteilungen 2016; H.8: S.8