Wie zijn dan onze dikmakers, hormonen?

Sojaoel© spline_x / www.fotolia.de

Sommige studies vinden hun weerklank in de media – anderen worden met ijzige stilte omgeven. Dit geldt in het bijzonder voor provokante bevindingen uit het rijk der spijsolie. Udo Pollmer heeft een paar van deze verhelderende studies voor ons geëvalueerd.

Of het nu gaat over, een zwabbelige buik, diabetes of een vette lever, alles komt door het foute eten – daarover heerst onder voedingsexperts overeenstemming. De schuldigen zijn al lang bepaald: Teveel vet, en zeker de verzadigde vetten en teveel zoete limonade, want die bevat, vooral in Amerika, veel fructosesiroop (HFCS), die zoals bekend de Amerikaanse kinderen laat vervetten en tot overmaat van ramp ook nog diabetes veroorzaakt. Nu werden juist deze populaire thesen aan een Californische Universiteit bij muizen onderzocht: De natuurkundigen vergeleken de werking van sojaolie met gehard kokosvet en beide soorten olie nog eens in combinatie met veel fructose.

Zouden de populaire thesen ook maar enigszins kloppen, dan zou sojaolie als winnaar...

...uit de bus moeten komen – en als verliezer de combinatie kokosvet met fructose. Het vetpercentage maakte overigens in alle testen 40 % van de totale hoeveelheid calorieën uit, wat ongeveer overeenkomt met de voedingsgewoontes in Duitsland en Amerika. De gebruikte muizensoort geldt als typisch modelorganisme, wanneer het er om gaat menselijke ziektes in kaart te brengen.

Het resultaat zet zowat alles op z’n kop, wat onze experts tot dusverre meenden te weten. Ik citeer de onderzoeker: “Samengevat, volgens onze resultaten ligt het voor de hand, dat een voeding met veel sojaolie schadelijker voor het metabolisch systeem van muizen is, dan een kost met veel fructose of veel kokosvet.”

Laten we de details eens bekijken: De muizen met de sojaolie werden veel vetter dan met kokosvet. In de leeftijd van 35 weken waren ze ca. 25 % zwaarder dan de kokosmuizen – ze hadden vooral een hele hoop onderhuisvetweefsel gevormd. Werd de sojaolie aangevuld met rijkelijk veel fructose (i.p.v. maïsmeel), dan dempte de suiker zelfs de vervettende werking van soja. Conclusie van de onderzoekers: “Sojaolie veroorzaakt een sterkere gewichtstoename en meer obesitas dan fructose” – nog zo’n verrassing.

De totaal verschillende gewichtsontwikkeling laat zien, dat de beroemde “calorieën” tamelijk overschat worden. Maar wie is dan de dikmaker? Als oorzaak komen eigenlijk alleen de hormonen, de fyto-oestrogenen van de sojaboon, in aanmerking. Daarbij dient men in acht te nemen, dat de hormoongehaltes in olie sterk kunnen wisselen. Men weet niet, hoeveel men precies in het eten heeft zitten.

Dat hormonen voor het effect verantwoordelijk zijn, bevestigde proeven met pasgeboren ratjes, die 22 dagen lang genistein toegediend kregen, dus het belangrijkste geslachtshormoon in sojaolie. Dientengevolge vervetten de vrouwelijke ratten. Het huiveringwekkende: De dieren vertoonden in hun bloed dezelfde genisteinspiegel als zuigelingen, die in plaats van moedermelk sojamelk dronken. Verdere voedingsproeven wezen bovendien uit, dat de vrouwelijke nakomelingen door genistein vroeger in de puberteit komt.

Voor een hormonale uitleg voor de bevindingen spreekt dat in de aanvang genoemde studie de muizen door sojaolie niet alleen vervetten maar ze kregen ook problemen met de lever: De soja-muizen ontwikkelden een massieve vette lever. Overigens had in dit geval ook de fructose gevolgen: Deze verhoogde eveneens het gewicht van de lever – maar beschadigde die lang niet zo als sojaolie.

Zorgwekkend zijn de gevolgen voor de gezondheid van de suikerstofwisseling van de muizen. Om het kort te houden, hier het woordelijke resultaat: “Sojaolie veroorzaakt diabetes, glucose intolerantie en insulineresistentie.” Werd echter i.p.v. sojaolie kokosvet met veel verzadigde vetzuren gevoerd, dan bleef het effect uit. Ook een mix van kokosvet met rijkelijk fructose had geen nadelige werkingen.

Met de sojaolie hebben we kennelijk meteen drie vliegen in een klap geslagen: Overgewicht, vette lever en diabetes. Bingo. Zulke bevindingen hebben een grote weerklank verdient, daarbij is de studie voor iedereen toegankelijk – maar in Duitsland heerst alleen het netjes zwijgen. Waarvoor heeft men dan zo’n angst? Wanneer het er om gaat, de community met armzalige voedingstheorieën gek te maken, zijn de experts ook niet echt teergevoelig. Eet smakelijk!

 

Literatuur

Deol P et al: Soybean oil Is more obesogenic and diabetogenic than coconut oil and fructose in mouse: potential role for the liver. PLoS One 2015; 10: e0132672

Cao J et al: Soy but not bisphenol A (BPA) or the phytoestrogen genistin alters developmental weight gain and food intake in pregnant rats and their offspring. Reproductive Toxicology 2015; 58: 282-294

Strakovsky RS et al: Genistein exposure during the early postnatal period favors the development of obesity in female, but not male rats. Toxicological Sciences 2014; 138; 161–174

de Lima Toccafondo Vieira M et al: Comparison of the estrogenic potencies of standardized soy extracts by immature rat uterotrophic bioassay. Phytomedicine 2008; 15: 31-37

Zhao X et al: Simultaneous determination of isoflavones and resveratrols for adulteration detection of soybean and peanut oils by mixed-mode SPE. Food Chemistry 2015; 176: 465–471