Woestijnvorming in Afrika
Door Udo Pollmer

Rinder AfrikaFoto: Fabrizio Demartis
Lizenz: CC BY-SA 2.0

Wat kunnen we doen tegen de erosie en woestijnvorming in Afrika? Deze vraag houdt de milieubeschermer en boer, Allen Savory, al jaren bezig. Om weides te redden, doodde hij tienduizenden olifanten en deed hij de kuddes runderen in de ban. Echter de gewenste werking bleef uit.

Een milieubeschermers van het eerste uur zorgt voor onrust. In zijn jongere jaren heeft hij op grote schaal olifanten af laten knallen in Afrika. De momenteel 80-jarige Allan Savory deed het niet uit plezier voor de jacht – nee, hij handelde destijds in opdracht van Hare Majesteit, de ecologie. Het behoorde tot zijn plicht, het landschap voor overbeweiding en daarmee voor erosie te behoeden.

Nadat de kuddes runderen in de ban waren gedaan en rond de 40.000 dikhuiden...

...neergestreken waren, moest hij inzien, dat alles zinloos was. De decimering van de planteneters had precies het omgekeerde van de eco-theorieën bewerkstelligt: De erosie nam niet zoals gedacht af, maar nam toe.

Deze bittere ervaring noopte hem ertoe beter te gaan kijken: Weidedieren in het wild grazen niet gewoon een afgebakende wei net zo lang af, totdat de boer de nabijgelegen vlakte vrij geeft, maar ze marcheren in grote getale, dicht bij elkaar, stap voor stap voorwaarts.

Het grazen heeft zijn gronden: Planten weren zich tegen planteneters. Om hen weg te jagen, vormen ze afweerstoffen, zodat de dieren wijselijk verder trekken. Achter zich aan laten ze verse mest vallen. De planten kunnen zich herstellen en groeien verder. Zo gaat het niet op onze weilanden, de runderen slaan toe zodra er ergens weer wat ontspruit. Dat is schadelijk voor de begroeiing.

Allan Savory moest inzien, dat het afzien van beweiding – die door natuurbeschermers tot op heden steeds maar weer geëist word – pas echt tot erosie en woestijnvorming voert. Hij adviseert daarom, voor regeneratie van de bodem eindelijk weer runderen te laten weiden – zo mogelijk in grote kuddes, die voorwaarts blijven lopen c.q. gedreven worden.

Tegenwoordig is Savory een icoon van de milieubescherming – en toch door de gevestigde milieuorganisaties gehaat. De idee, de erosie door beweiding te bestrijden, strijkt de natuurbeschermers tegen de haren in. Zij zouden het liefst al het vee van deze planeet verbannen. Vreemd genoeg is de in Rhodesië geboren Savory al tientallen jaren op heel de wereld bezig; hij heeft grote onproductieve, eroderende vlaktes volgens zijn methode in vruchtbaar cultuurlandschap omgezet. In totaal zo’n 35 miljoen hectare – vele daarvan in Afrika.


Het onheil begon met de invasie door Europeanen

Het zwarte continent is een aanschouwelijk voorbeeld voor het belang van beweiding. Wanneer we denken aan Afrika zien we weidse Savannen waar reusachtige kuddes doorheen trekken – zoals de Serengeti of het Krüger-Nationaalpark. Echter voor de komst van de blanke man bestonden deze landschappen niet. Deze parken zijn net zo kunstmatig als de Engelse tuin in München. 

Het onheil begon rond 1889 met de invasie van Italianen in Eritrea. De soldaten brachten met hun ossenwagens niet alleen kanonnen naar Afrika want enige trekdieren droegen ook een virus met zich mee: de veroorzaker van runderpest. De gevolgen waren desastreus. Binnen vijf jaar bereikte het virus West-Afrika, tien jaar later Zuid-Afrika. Het betekende het einde van de Afrikaanse koninkrijken, die hun rijkdom aan de runderen te danken hadden. De welvaart was voor altijd verdwenen.

Dat zette de deur wagenwijd open voor de koloniale heren, want de verarmde veehouders hadden nu hun eerste levensbehoefte, vlees en melk verloren en moesten zich nu wel overgeven aan de blanke man, om niet te verhongeren. Europa heeft het uiteindelijk aan de runderpest te danken, dat het Tanzania, Kenia en Zuidwest-Afrika zonder noemenswaardige tegenstand in handen viel.


De tseetseevlieg vernietigde het leven in hele streken

Echter een dier profiteerde van de plaag: de tseetsee vlieg, die met haar steek de dodelijke slaapziekte overdraagt. Nadat de kuddes runderen verdwenen waren, verboste de weidegrond en er ontstond het savannelandschap met het doornige kreupelhout. Daar vond de tseetseevlieg een veilig onderkomen. Complete landstreken werden nu door de slaapziekte ontvolkt.

In Afrika bestaan tegenwoordig twee ecosystemen: Het ene geschapen door herders, waarin runderen het struikgewas kort houden en waarin de tseetseevlieg geen kans heeft. En het andere, geschapen door koloniale heren en in stand gehouden door natuurbeschermers, waarin wilde dieren, kreupelbos en de slaapziekte gedijen. Eet smakelijk!