Doorgefokt
Door Udo Pollmer

Varroa© mirkograul / www.fotolia.de

Al jarenlang slaan onderzoekers de wereldwijde achteruitgang van bijenpopulaties met zorg gade. Vaak worden pesticides voor dat sterven verantwoordelijk gehouden. Mis, meent Udo Pollmer. De imkers zijn zelf schuldig.

Wereldwijd sterven bijen. Vrijwel dagelijks bereiken ons de berichten, dat pesticiden onze immer geliefde bij Maja een smalende dood bereiden. Vreemd genoeg hebben de boeren vroeger regelmatig insektengif gesproeid en in de bijen was nauwelijks iemand geïnteresseerd.

Het testen van plantenbeschermingsmiddelen op risico’s voor de bij is een verworvenheid van recentere datum. Daarnaast werken de landbouwer en de imker al lang samen. Om de bestuiving van de culturen veilig te stellen, spreken ze de middelen en het tijdstip van toepassing...

...met elkaar af. Echter sinds er rekening met de bijen gehouden wordt, volgt het ene bijensterven op het andere. Wat is er aan de hand?

Het klopt, tegenwoordig zijn er meer bijenverliezen te betreuren dan vroeger. Maar de belangrijkste oorzaak wordt niet als eerste genoemd: Dat is het alsmaar doorfokken. Ofschoon er voor het imkeren meerdere bijenrassen geschikt zijn, komt er wereldwijd praktisch nog maar een soort aan bod. Voor deze hoog presterende-imme moest ook onze Noordbij wijken. laatstgenoemde was robuust, kon goed overweg met slecht weer en beroerde dracht, dus met een onbevredigend aanbod aan nectar en pollen.


Noordbijen waren maar matige honingverzamelaars

Tot verdriet van de imkers waren deze diertjes steeklustig en maar matige honingverzamelaars. Daarom begonnen onze bijenvaders rondom 1950 de inheemse Noordbij uit te roeien. Zo wilden ze verhinderen, dat hun darren zich vergrepen aan de raszuivere, hoog presterende koninginnen, en daarmee de ambitieuze kweekdoelstellingen in gevaar brachten.

De Noordbij werd afgelost door de Carnica bij, die vanaf het Donaubekken tot aan de Balkan inheems is. Dankzij intensieve kweek selectie is die momenteel het ideale gebruiksdier: vlijtig, met goed oriënteringsvermogen, rustig op de raat, steekt niet, zwermt zelden, is ’s winters goedkoop in onderhoud en ontwikkelt zich in het voorjaar snel.

De imkers hebben hun hoog presterende Carnica bijen zonder er bij na te denken in de milieus van het verre-Oosten gebracht en daarmee begon de ellende. Nectar en pollen hebben immers naargelang de dracht totaal verschillende voedingswaarde. Sommige zijn zelfs giftig. Natuurlijk mijden de bijen de giftige drachten wanneer ze kunnen. Maar wanneer ze in reusachtige monoculturen uit moeten zwermen, hebben ze geen keuze.

Het is geen toeval dat de grootste verliezen aan volken zich voordoen bij de Californische amandelbloesem. De boom levert blauwzuurhoudend amygdalin, en dat is voor bijen tamelijk giftig. Wanneer bijenvolken als gevolg daarvan overlijden, verdenkt iedereen automatisch de pesticides.

 

Daar zoekt geen enkel laboratorium naar

Gewoonlijk neemt de darmflora van de bijen het ontgiften van plantaardige afweerstoffen voor haar rekening. Het werkt echter niet altijd. Vooral wanneer ze door antibiotica zoals tylosin beschadigd is of door streptomycine, waarmee fruitbomen behandeld worden. Hiernaar zoekt echter geen enkel laboratorium.

In plaats daarvan worden pesticides geanalyseerd en wanneer men zo goed als niets vindt, verklaren milieubeschermers dat men daaraan kan zien, hoe riskant ultrasporen daarvan al zouden zijn.
Helaas heeft de Carnica bij een engelengeduld. Zachtaardige bijen zijn niet alleen lief voor mensen, maar ook voor de varroa-mijt. Deze parasieten hebben de bijenkwekers enkele decennia geleden uit Azië binnen gesleept. De daar inheemse honingbij wordt niet bedreigd door deze parasiet, ze bestrijdt de mijten in de kast zeer consequent. Hun volken zijn gezonder, maar ze leveren te weinig honing.


Het land heeft nieuwe bijen nodig

De varroa-mijt is niet alleen een bloedzuigster, ze verspreidt ook ziektes. Voor het tijdperk van de mijten kwam het immuunsysteem van de Carnica bij met de meeste ziekteverwekkers wel klaar. Sinds echter enkele virussen uitgevonden hebben, dat de mijten als een soort injectienaalden fungeren, is het hek van de dam.

De ziekteverwekkers belanden intussen door de steek van de mijt in de bloedbaan van de bij. De nieuwe virussen zoals DWV bewerkstelligen precies datgene wat men verondersteld dat de pesticiden doen; de bijen verliezen hun oriëntering, vergissen zich in vreemde kasten en dragen zo de ziekte verder.

We hebben een ommekeer in de kweek nodig. We hebben bijen nodig, die aan het huidige ecosysteem aangepast zijn, ook wanneer de steeklust stijgt en honingopbrengst daalt. Eet smakelijk!

 

Literatuur

London-Shafir I et al: Amygdalin in almond nectar and pollen – facts and possible roles. Plant Systematics and Evolution 2003; 238: 87-95

Ayestaran A et al: Toxic but drank: gustatory aversive compounds induce post-ingestional malaise in harnessed honeybees. PloS One 2010; 5: e15000

Hurst V et al: Toxins induce ‘malaise’ behaviour in the honeybee (Apis mellifera). Journal of Comparative Physiology A 2014; 200: 881–890

Maurizio A: Über ein Massensterben von Bienen, verursacht durch Pollen von Ranunculus puberulus Koch. Verhandlungen der Schweizerischen Naturforschenden Gesellschaft 1941; 149-150

Pfuhl A, Pollmer U: Natürliche Gifte in Pollen und Nektar. EU.L.E.nspiegel 2014; H.1-2: 21-27

Stafford CA et al: Infection with a plant virus modifies vector feeding behavior. PNAS 2011; 108: 9350-9255

Pfuhl A: Die Globalisierung der Krankheiten. Natürliche Gifte in Pollen und Nektar. EU.L.E.nspiegel 2014; H.1-2: 28-34

Oliver R: Sick Bees – Part 18F2-Colony collapse revisited - plant allelochemicals. American Bee Journal 2013; 153: 179-186

Shah KS et al: Localization of deformed wing virus (DMV) in the brains oft he honeybee Apid mellifera Linaeus. Virology Journal 2009; 6: e182

Bowen-Walker PL et al: The transmission of deformed wing virus between honeybees (Apis melllifera L) by the ectoparastic mite Varroa jacobsoni Oud. Journal of Invertebrate Pathology 1999; 73: 101-106

Comman RS et al: Pathogen webs in collapsing honey bee colonies. PLoS One 2012; 7: e43562