De aanbeveling van de WHO kan u uw verstand laten verliezen!

Zeitungsleser© kues1 / www.fotolia.deDe „mondiale hoeders van de gezondheid” van de WHO hebben weer eens een bijzonder soort PR-stunt gelanceerd: Hun eis, de suikerconsumptie naar 5 % omlaag te brengen, om de “overgewichtsepidemie te stoppen”, gaat als een lopend vuurtje door de media. De Spiegel heel kort en bondig: “WHO raad niet meer dan zes theelepeltjes per dag aan”. Laten we het kort en pijnloos zeggen: “Deze eis is klaarblijkelijk een verkapte marketing actie voor kunstmatige zoetstoffen, want er is geen enkel deugdelijk bewijs, dat suiker dik of ziek maakt”, verklaart Udo Pollmer, wetenschappelijk leider van het Europese Instituut voor Levensmiddelen –en Voedingswetenschappen.(EU.L.E.e.V.).

Zelfs bij cariës hebben ondertussen de zuren de suiker van zijn plaats verdrongen ( het maakt niet uit of het van gummibeertjes of fruit afkomstig is): Ze vallen het tandglazuur aan – en wel onmiddellijk bij consumptie. Ook als de oorzaak van diabetes deugt de suiker niet, ofschoon decennialang tevergeefs geprobeerd is, een samenhang...

...te construeren. De idee, de suikerziekte uit het aantal suikerklontjes af te leiden, is zo intelligent als het waterhoofd terug te voeren op een overdosis mineraalwater of te waarschuwen voor pelgrimstochten, omdat anders een wandel-derrière dreigt.

Intussen zou het algemeen bekend moeten zijn: Het zijn vooral de slanke kinderen, die achter zoetigheid aan zitten, omdat ze op grond van hun lichaamsbouw snel warmte, dus energie, verliezen. Corpulente kinderen zijn door hun vetlaag goed geïsoleerd – en daarom nemen ze uit de suikerkraam meestal minder als de asperge-tarzans. Laatstgenoemden hebben licht verteerbare energieleveranciers nodig.

Zou men de 6-theelepeltjes suiker van de WHO serieus nemen, dan mogen snoepkonten nog maar een portie vanillepudding per dag nuttigen of een fatsoenlijk honingbroodje – of ze hebben hun rantsoen al opgesoupeerd. Waarbij natuurlijk duidelijke verschillen naar boven en naar onderen ontstaan, naargelang de grootte van het “lepeltje”, de “portie” en de “suikertoevoeging” uitvallen. “Deze voedingsaanbeveling ontbeert niet alleen de vakkundige onderbouwing, ze is compleet vervreemd van de praktijk van alledag en dient er hoogstens toe, de familievrede te verstoren”, zo oordeelt voedingswetenschapper Uwe Knop.
Ernstiger als de strijd om de interpretatie van epidemiologische gegevens is de definitie van “vrije suiker”, want suiker is een natuurlijk bestanddeel van veel levensmiddelen zoals vruchten of lever (glycogeen): “Vrije suikers behelzen”, aldus de WHO, “monosaccaride en disaccharide die door fabrikanten van levensmiddelen, koks of de consumenten zelf toegevoegd worden, maar ook suiker, die op natuurlijke wijze in honing, siroop, vruchtensap en vruchtensapconcentraties voorkomt.”

Wie dus tafeldruiven met een suikergehalte boven de 15 procent consumeert, die heeft geen suiker genuttigd. Wie daarentegen een appelsapje uit appelsapconcentraat drinkt, consumeert weliswaar twee derde minder suiker – maar voor de WHO geldt dit als de vermoedelijke dikmaker. Hetzelfde geldt voor diegene, die zijn thee met honing zoet. Het blijft volkomen raadselachtig, waarom suiker in fruit “onschuldig” en in vruchtensap “riskant” zou zijn. De aanwijzing, bij fruit hoeft men geen schade te verwachten of te vrezen, is een rotsmoes. Want steenvruchten veroorzaken op grond van hun overvloed aan fructose bij gevoelige personen spijsverteringsproblemen.

Nu vraagt men zich natuurlijk af, waarom de melksuiker (een disaccharide) in de opsomming ontbreekt. De WHO geeft als reden, dat de melksuiker in de melk (net als sap een drank) natuurlijk en daarmee onbezwaarlijk is. Wat zouden de deskundigen zeggen, wanneer ze wisten, dat bij de melkverwerking jaarlijks wereldwijd ongeveer 1 miljoen ton lactose gebruikt word om weer aan ons voedsel toe te voegen. Kwark heeft daarom tegenwoordig een duidelijk hoger lactosegehalte dan vroeger, bakproducten worden ermee verrijkt en door enzymatische hydrolyse is daaruit een effectieve zoetstof te vervaardigen.
Het blijft onbegrijpelijk, waarom deze „verborgen” suikers in de WHO richtlijnen niet vermeld worden, terwijl toch juist op grond van de wereldwijd zeer om zich heen grijpende lactose- intolerantie, hiermee duidelijk schade aan de gezondheid verbonden is. Bij rietsuiker zijn dergelijke bezwaren onbekend. Welbeschouwd is ook de moutsuiker in het bier volgens het wereldbeeld van de WHO eveneens geen suiker. Nou dan proost!
“Onwetendheid over de fabricage van levensmiddelen, hun samenstelling en werking is blijkbaar de beste voorwaarde, om op internationaal niveau de mensheid bij het eten angst aan te jagen”, zo resumeert Pollmer

Samenvatting: Wie minder dan zes theelepeltjes suiker per dag aanbeveelt, die dient zijn bloedsuikerspiegel eens laten onderzoeken – misschien is er een tekort van deze meest essentiële brandstof in zijn bovenkamer en hallucineert hij!

Verwand artikel => Super Suikerleugen (Voedingsonzin van de maand maart 2014)

 

Bronnen

WHO: Guideline: Sugars intake for Adults and Children. WHO, Genf 2015
21. April 2015