door Tamás Nagy (vertaling uit de EU.L.E.n.-Spiegel 1/2003)

HuehnersuppeFoto: Maren Beßler / pixelio.de

Is zink het meest effectieve middel tegen een verkoudheid? Als het zou gaan zoals het Deutschen Instituts für Ernährungsmedizin und Diätetik, zou willen, zou de gezonde doorsnee Duitse burger dagelijks 15-30 Milligramm van het sporenelement tot zich moeten nemen, om tegen een verkoudheid bewapend te zijn. Vegetariërs, senioren en diabetiker sowieso. "Het levensnoodzakelijke sporenelement zink heeft in tegenstelling tot de conventionele verkoudheidsmiddelen het vermogen om de duur en de intensiteit van de verkoudheid te verminderen“, zo verkondigt het Institut en meent, dat Duitsland op een zinkverzorging aanstuurt, die duidelijk onder de...

...aanbeveling van de Deutsche Gesellschaft für Ernährung ligt.22. De DGE zelf maakt in haar voedingsrichtlijn van het jaar 2000 duidelijk dat zink tot die voedingscomponenten behoort, waarbij het risico van een onderverzorging het hoogst is.3

Allemaal gewoon bangmakerij? Of misschien heimelijke marketing? Maakt niet uit, want de gezondheidsbewuste burger grijpt toch al naar het "geheime wapen tegen verkoudheid" bij het shoppen in de apotheek. Gewoon om zijn assortiment voedingssupplementen te vervolledigen. Want wie al extra calcium, magnesium en dergelijke slikt, zal zich ook de honinggele en aangenaam naar citroen smakende zinksnoepjes niet ontzeggen. Zeker omdat zink een waar multitalent en allrounder genezer is: of het nu gaat om acne, haaruitval of allergieën, om "zinkverlies door sport", problemen met de potentie of gewoon om aderverkalking te voorkomen - het sporenelement helpt op de een of andere manier bij vrijwel elk euvel. In de Verenigde Staten heeft de apotheek-klant nu al het keuzeprobleem: zinkpreparaten van verschillende fabrikanten in de meest uiteenlopende doseringen worden daar in een even grote grote omvang aangeboden als bij ons magnesiumpreparaten. Maar of het nu gaat zuigtabletten, sprays of geslikte middelen: heeft extra zink werkelijk nut?


Ongelooflijke significantie

Hoewel de verkoopgolf al lang geleden is begonnen, is de wetenschap het er niet over eens of zink daadwerkelijk een verifieerbare invloed heeft op de verkoudheid. Niettemin zorgen enkele losstaande succesboodschappen er al voor dat de apotheekvoorraden verhoogd worden. De studieresultaten van een onderzoeksteam in Detroit uit het jaar 2000 volstonden al voor instellingen als het Deutschen Institut für Ernährungsmedizin und Diätetik, om zinkpreparaten voor iedereen aan te bevelen. 

De experimentele opzet van de dubbelblinde studie uit de VS was zeer eenvoudig: 50 vrijwilligers mochten 24 uur na het uitbreken van een verkoudheid zinkacetaat-houdende pastilles of placebo's opzuigen - en dat in een ritme van twee tot drie uur. Gedurende vijf dagen namen de deelnemers een dagelijkse therapeutische dosis van ongeveer 80 milligram zink. De testpersonen noteerden de zwaartegraad en de duur van de subjectieve verkoudheidssymptomen zoals hoesten, verkoudheid of een lopende neus. De resultaten vielen erg in de smaak bij de mar keting organisaties: In vergelijking met de placebogroep vertoonde de zinkgroep een aanzienlijk kortere symptoomduur en -intensiteit. De gemiddelde duur werd teruggebracht van acht naar bijna vier dagen.13


Onbedoelde blunders?

Zover de resultaten. Een meer gedetailleerde analyse van het onderzoek toont echter vooral één ding aan: opvallende trucs. Zo toonden symptomatieken hun tekortkomingen, want het aantal koortsdagen gaven de auteurs met 0,2 en 0,4 aan - wat overeenkomt met een paar uren per ziektegeval. Handelde het zich dus daadwerkelijk om een verkoudheid of om niet meer dan een schijnverkoudheid? Ook de betrouwbaarheidsinterval schijnt met +0,5 en opmerkelijke „-0,1" dagen vrij grootmoedig bemeten. Dit vergroot het vertrouwen in de studie even weinig als het feit, dat de zinktestpersonen twee keer zo lang koorts hadden als de placebo-ontvangers.

Daar het effect van het sporenelement des te groter uitviel, naarmate het medisch minder tastbaar was, ontstaat het vermoeden dat het zich bij het verkorten en verminderen van de symptomen handelde om een placebo-effect. De auteurs sloten dit weliswaar uit door de testpersonen vanaf het begin te laten raden of ze daadwerkelijk zink -of placebopastilles aan het zuigen waren. Aanvankelijk zaten zij er inderdaad naast. De zinkgroep klaagde echter achteraf over de slechte smaak van de pastilles, mondirritaties en constipatie, zoals te zien is in het gedeelte over de bijwerkingen. Een nog indrukwekkender successtudie werd bijna gelijktijdig gepresenteerd door een andere groep wetenschappers van het "Centre for Integrative Medicine" in Tarzana, Californië. In plaats van de tabletten gebruikte ze een vrij in de handel verkrijgbare neusspray met zinkgluconaat.9 Ook deze studie gaat door voor een dubbelblinde en placebo-gecontroleerde studie. De auteurs waren echter slim genoeg om geen bruikbare gegevens te publiceren, afgezien van de bewering dat het aantal ziektedagen kon worden teruggebracht van negen naar gemiddeld 2 tot 3. Hoewel 213 mensen hebben deelgenomen aan het onderzoek, is er geen indicatie of ze allemaal tot het einde van het onderzoek zijn gebleven of niet. De auteurs zien zichzelf bevestigd door een ongepubliceerde studie die naar verluidt hetzelfde resultaat zou hebben opgeleverd door een niet met naam genoemde instelling. Het is dan ook geen verrassing dat de baanbrekende resultaten alleen in het Ear, Nose & Throat Journal werden gepubliceerd en niet in een gerenommeerd vakblad.


Zo gewonnen, zo geronnen

Naast de studies, die een voordeel aan het zink toekennen, zijn er natuurlijk nog een aantal andere studies die geen enkel positief effect hebben gevonden. Daarbij werd geen moeite gespaard om de diffuse invloedsfactoren te controleren, die met zulke experimenten gepaard gaan. In het kader van een experiment zogen meer dan 270 deelnemers, zowel bij natuurlijke als experimenteel geproduceerde verkoudheden, zink -of placebo-pastilles. Ze werden daarbij geïnfecteerd met rhinovirussen. De auteurs komen tot de conclusie dat zink niet erg nuttig is bij verkoudheid.19 Recentelijk zijn wetenschappers zelfs een cohortstudie gestart met meer dan 4.000 deelnemers om de feiten te verduidelijken: Over een periode van een jaar werd hun dagelijkse zink en vitamine C toevoer, vergeleken met de individuele verkoudheidsfrequentie. Toch was het niet mogelijk om een statistisch betrouwbare relatie vast te stellen.18

Tegen deze achtergrond laat zich de conclusie van de huidige meta-analyses10,11gemakkelijk raden: het nut van zinksupplementen in de strijd tegen verkoudheden is tot dusverre niet bewezen. Meer nog, het is vaak weerlegd. Dit geldt zowel voor het effect van zinkhoudende neussprays als voor het effect van gezogen pastilles.2,17,20,21 In meerdere gevallen werden de proefpersonen die met zink werden behandeld nog zieker dan de personen uit de controlegroep.4

In principe lijkt de poging om het gezondheidseffect van zink methodisch aan te tonen op het navigeren in de mist. Net zoals er een veelheid aan ziekteverwekkers bestaat, spelen ook andere factoren, zoals het weer of de samenstelling van het immuunsysteem, een belangrijke rol bij verkoudheid. Verkoudheden hebben ook zeer brede en individuele symptomatiek, die bovendien subjectief en daarom moeilijk te kwantificeren is. Geen van de genoemde studies houdt rekening met wat de zieke proefpersonen bij verkoudheden innamen naast het zinkbereidingsproduct, of op welke andere wijze ze zichzelf behandelden. Uiteindelijk lijkt vooral het placebo-effect van de toegediende preparaten van bijzonder belang te zijn. In talrijke proeven merkten de testpersonen zeer goed, of ze zink toegediend kregen of een nep-medicijn. Dat ging zelfs zo ver dat velen - vanwege verdere bijwerkingen - de proef af moesten breken.


Altijd de dosis in het oog houden

Maar welke van de resultaten men ook altijd voor zichzelf waar hebben wil: voedingsdeskundigen met sympathie voor voedingssupplementen wekken de schijn, alsof ze de vermeende succesboodschappen zelf niet serieus nemen. Hoe is het anders te verklaren, wanneer de inname van zink niet in die dosis worden aanbevolen, die in de studies nut zouden hebben aangetoond, maar in beduidend kleinere hoeveelheden? Ook de fabrikanten van de preparaten letten er pijnlijk precies op, de 15-milligramm-grens niet te overschrijden. En aangezien het de griepvirussen waarschijnlijk volkomen koud laat of hun gastheer geld voor zinkpreparaten uitgeeft of niet, zal het hun ook niets uitmaken, wanneer het zink in telkens nieuwe, naar verluidt efficiëntere vormen worden geleverd. Was het in het verleden nog zinksulfaat dat eensgezind werd aanbevolen, is nu zinkhistidine de trend.

Daarbij is de nobele zelfbeheersing met de dosis door adviseurs en fabrikanten zeker zinvol - niet in de laatste plaats om zich geen schadeclaims op de hals te halen. Het is al lang bekend, dat regelmatige toediening van zink zonder medische aanleiding tot een kopertekort en vervolgens tot bloedarmoede kan leiden. Herstel na het stoppen van het supplement kan daarentegen lang duren.15,16 Wanneer een team van wetenschappers de vatbaarheid van Indiase kinderen voor diarree met zinktherapie wilde verminderen, stelden ze vast, dat dit een negatief uitwerking had op het immuunsysteem van de kleine patiënten.14


De schaduwzijde van zink

In een ander geval hoopte men, een door virussen teweeg gebrachte vorming van wratten met zinksupplementen terug te kunnen dringen.1 Als bijwerkingen traden naast buikpijn ook misselijkheid en braken op - geen wonder dat bijna de helft van de 80 patiënten uit het experiment stapte. Desalniettemin verklaren de auteurs dat hun zinktherapie een positief effect heeft. Waarschijnlijker dan het effect van het extra sporenelement is ook hier echter een placeboeffekt, omdat de wratten gewoonlijk vanzelf verdwijnen door de zelfhelende krachten van het lichaam.

Een groep wetenschappers van het International Research Centre for Diarrhoeal Diseases in Bangladesh heeft onlangs een bijzonder ernstige bijwerking van zinksupplementen ontdekt. Aanvankelijk wezen de onderzoeksresultaten erop dat ondervoede zwangere vrouwen het sterftecijfer van hun vroeggeboren baby's konden verminderen door preventief zink in te nemen.12 De vreugde van de wetenschappers vervloog echter snel: een jaar later moesten ze erkennen, dat de zinkbehandeling de geestelijke ontwikkeling van de pasgeborenen kennelijk aanzienlijk stoort. Een onderzoeksmethode naar de mentale en psychomotorische ontwikkeling van kleine kinderen - de zogenaamde „Bayley-scales of infant development“ - bevestigde een tekortkoming bij de nakomelingen van vrouwen, die zinksupplementen hadden gekregen. De wetenschappers gaven toe: "Deze resultaten zijn verrassend, omdat we hadden verwacht dat zinksupplementen nuttig zouden zijn".8

Maar niet alleen een therapeutische dosis zink kan negatieve gevolgen hebben. Verschillende auteurs wijzen erop dat elk zinkpreparaat, hoe laag de dosis ook is, een effect heeft op de koperhomeostase van het lichaam.5,6,7 Konkrete studies naar de effecten van een langdurige zinksuppletie van 15 milligram per dag zoekt men echter tevergeefs. Dit is vooral zorgwekkend wanneer men bedenkt, dat er gauw meer lekkere zinksnoepjes worden gezogen dan op de bijsluiter wordt aanbevolen. Vooral wanneer ze aan kinderen worden gegeven in de hoop dat ze minder vaak "een koudje vangen“.


...dan toch liever kippensoep...

In de discussie over een effectieve remedie tegen verkoudheid staat in ieder geval één ding vast: zonder behandeling duurt het ongeveer zeven dagen. Met zinksupplementen kan het worden ingekort tot een week. Ondanks uitgebreid onderzoek is het tot nu toe alleen mogelijk geweest om de symptomen van de ziekte te maskeren. De duur van een virusverkoudheid is echter - al dan niet met medicijnen - nauwelijks te beïnvloeden. Daarom moet iedereen zelf beslissen of hij liever in bed blijft in plaats van gebruik te maken van farmacologische geschut of liever naar saliesnoepjes grijpt. Maar er zouden ook mensen zijn die zweren bij oma's kippensoep en er dan vanuit gaan dat deze veel opneembaar zink bevat. Een misverstand dat waarschijnlijk te wijten is aan het feit dat in de goeie oude tijd soep nog altijd in zinkpannen werd gekookt. Kippenvlees bevat immers veel minder zink dan andere vleessoorten. Maar voor zulke mensen is de weg naar de apotheek dan ook niet ver meer. 


Uit de mottenballenkist

Biochemisch is er geen gebrek aan speculaties over de vraag, waarom zink bij verkoudheid wel zou moeten helpen. Meestal volstaat de verwijzing naar zijn antioxidatieve werking en de twijfelaars zijn overtuigd. Daarbij laat zich bijna elke stof als antioxidant verkopen, wanneer het erop aan komt. Zelfs in puur druivensuiker kan men een bepaalde antioxiderende werking aantonen, per slot van rekening heeft die ook biochemisch reducerende eigenschappen. 

Sommige wetenschappers schrikken er echter niet voor terug, om de apotheekklant nog veel meer op de mouw te spellen. Een gebruikelijke verklaring voor de beweerde bescherming tegen verkoudheden luidt namelijk, dat de zink-ionen de virussen zouden hinderen, zich aan menselijke cellen te binden, daarin door te dringen, en zich daarin te vermenigvuldigen. 9,10 In werkelijkheid kon men in een reageerbuisexperiment aantonen, dat zink de vermeerdering van de virussen maar zwakjes beïnvloed.

Maar is dit echt worden overdraagbaar naar de situatie in het menselijk lichaam? Hoeveel zink is er nodig om virussen te blokkeren die in het organisme zijn doorgedrongen? En hoe moet het sporenelement de relevante plaatsen bereiken - in dit geval al het epitheel van de luchtwegen, dat dient als toegangspoort en vermenigvuldigingsplaats voor de ziekteverwekkers? Niemand kan serieus beweren dat de ziekteverwekkers alleen maar in de keelholte zitten en wachten op het gebruik van een zinksnoepje. Zelfs studies die willen bewijzen dat het sporenelement een positief effect heeft, sluiten dit vermeende werkingsmechanisme uit: De testpersonen sproeien of zuigen het sporenelement altijd pas na het uitbreken van de ziektesymptomen - d.w.z. wanneer de ziekteverwekkers al binnengedrongen waren en zich al hadden vermenigvuldigd.

 

Literatuur 

1) Al-Gurairi FT et al: Oral zinc sulphate in the treatment of recalcitrant viral warts: randomized placebo-controlled clinical trial. British Journal of Dermatology 2002/146/blz.423-431 

2) Belongia EA et al: A randomized trial of zinc nasal spray for the treatment of upper respiratory illness in adults. Ame- rican Journal of Medicine 2001/111/blz.103-108 

3) Deutsche Gesellschaft für Ernährung (Hrsg.): Ernährungsbericht 2000. Frankfurt am Main, 2000. 

4) Douglas RM et al: Failure of effervescent zinc acetate lozenges to alter the course of upper respiratory tract infectious in Australian adults. Antimicrobial Agents & Chemotherapy 1987/31/blz.1263-1265 

5) Festa MD et al: Effect of zinc intake on copper excretion and retention in men. American Journal of Clinical Nutrition 1985/41/blz.285-292 

6) Fischer PW et al: Effect of zinc supplementation on cop- per status in adult man. American Journal of Clinical Nutrition 1984/40/blz.743-746 

7) Fosmire GJ: Zinc toxicity. American Journal of Clinical Nutrition 1990/51/blz.225-227 

8) Hamadani JD et al: Zinc supplementation during preg- nancy and effects on mental development and behaviour of infants: a follow-up study. The Lancet 2002/360/blz.290-294 

9) Hirt M et al: Zink nasal gel for the treatment of common cold symptoms: a double-blind, placebo-controlled trial. Ear, Nose & Throat Journal 2000/79/blz.778-782 

10) Jackson JF et al: Zinc an the common cold: a meta- analysis revisited. Journal of Nutrition 2000/130/blz.1512- 1515S 

11) Marshall I: Zinc for the common cold (Cochrane Review). The Cochrane Library 2002, Issue 4 

12) Osendarp SJM et al: Zinc supplementation during preg- nancy and effects on growth and morbidity in low birth- weight infants: a randomised placebo controlled trial. The Lancet 2001/357/blz.1080-1085 

13) Prasad AS et al: Duration of symptoms and plasma cytokine levels in patients with the common cold treated with zink acetate. Annals of Internal Medicine 2000/133/blz.245-252 

14) Rahmann MM et al: Simultaneous zinc and vitamin A supplementation in Bangladeshi children: randomised dou- ble blind controlled trial. British Medical Journal 2001/323/blz.314-318 

15) Salzman MB et al: Excessive oral zinc supplementation. Journal of Pediatric Hematology/Oncology 2002/24/blz.582- 584 

16) Sandstead HH: Requirements and toxicity of essential trace elements, illustrated by zinc and copper. American Journal of Clinical Nutrition 1995/61/blz.621-624 

17) Smith DS et al: Failure of zinc gluconate in treatment of acute upper respiratory tract infections. Antimicrobial Agents & Chemotherapy 1989/33/blz.646-648 

18) Takkouche B et al: Intake of vitamin C and zinc and risk of common cold: a cohort study. Epidemiology 2002/13/blz.38-44 

19) Turner RB, Cetnarowski WE: Effect of treatment with zinc gluconate or zinc acetate on experimental and natural colds. Clinical Infectious Diseases 2000/31/blz.1202-1208 

20) Turner RB: Ineffectiveness of intranasal zinc gluconate for prevention of experimental rhinovirus colds. Clinical Infectious Diseases 2001/33/blz.1865-1870 

21) Weismann K et al: Zinc gluconate lozenges for common cold. A double-blind clinical trial. Danish Medical Bulletin 1990/37/blz.279-281 

22) www.ernaehrungsmed.de