Brotzeit door Udo Pollmer

Charles Darwin

Dieethypes worden graag opgesmukt met "evolutionaire" logica. Omdat wij nog de genetica van een holbewoners zouden hebben, eten wij net zo ongeremd als zij. Geen wonder dus dat luie kantoorklerken vervetten. Omdat dieren niet koken, dienen we rauw voedsel te eten. Omdat in de stamboom van apen insecteneters hokken, maken meelwormen deel uit van het natuurlijke dieet van de mens. Of het nu om paleo, bloedgroepen of veganistisch handelt, een scheut evolutie is de maggi in de flauwe soep van de dieetpredikers.

Ook al doet de hele wereld alsof de afstammingsleer een feit is, toch is het tot op de dag van vandaag een theorie gebleven. We hebben het ook niet te danken aan het genie van ene Charles Darwin. Het fundament werd gelegd door anderen vóór hem, met name Robert Chambers, Herbert Spencer, Alfred Russel Wallace en Jean-Baptiste de Lamarck. In zijn werk "On the Origin of Species" brengt Darwin...

...hulde aan bovengenoemde collega's alvorens zijn versie te presenteren. Want zowel de vakwereld als het publiek discussiëren al tientallen jaren over dit onderwerp. Darwin zette zijn gedachten echter pas op papier nadat Wallace hem het manuscript van zijn eigen boek in handen had gegeven. Darwin zei later dat het "precies dezelfde theorie" bevatte. Uit die hoek kwam dus de wind.

De begrip evolutie werd nauwelijks gebruikt door Darwin, het werd door anderen, vooral door Herbert Spencer gepopulariseerd. Zelfs het "survival of the fittest", het leidende beginsel van het Darwinisme, was eveneens Spencer’s idee. Darwin dankte zijn succes veel meer aan het behoren tot de rijke bovenlaag die het voor het zeggen had. Zij wezen het idee van een evolutie ronduit af en vertraden de these van de constantheid van soorten. Daarmee wilden ze eigenlijk alleen hun eigen status quo bevestigd zien.

Darwin speelde handig in op deze wens met de titel van zijn werk: "On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle of Life" (Over het ontstaan van soorten door middel van natuurlijke selectie, of het behoud van bevoorrechte rassen in de strijd om het leven). (Over het ontstaan van soorten door middel van natuurlijke selectie, of het behoud van bevoorrechte rassen in de strijd om het leven). Het tweede deel van de titel werd later geschrapt. Darwin's theorie was aantrekkelijk voor een koloniaal rijk als de Britten. Weliswaar was hij sterk gekant tegen slavernij, maar met zijn aanname dat Europeanen het superieure ras waren, kon de bovenklasse het idee aanvaarden: Dit gaf hun nog meer legitimiteit om andere volkeren te onderwerpen.
Als de zwakkeren verhongerden en stierven, was dat uiteindelijk in het belang van allen. "Uit honger en dood", zo beeindigt Darwin zijn boek, "vloeit dus rechtstreeks het hoogste voort dat wij ons kunnen voorstellen: de productie van steeds ... volmaaktere wezens". # De dood zou een weldadige kracht zijn, omdat elke hogere ontwikkeling plaats vindt door genadeloze concurrentie, met honger & dood tot gevolg.


Op de testbank van de biochemie

Laten wij ons buigen over de centrale vraag of willekeurige mutatie en genadeloze selectie inderdaad de motor van de evolutie zijn. Laten we eens kijken wat een eenvoudige cel nodig heeft om een eiwit te produceren. Onze huidige kennis van het genoom stelt ons in staat deze berekeningen te maken; Darwin had hier natuurlijk nog geen idee van.

Laten we aannemen dat er al een stukje DNA ronddreef in de oersoep. Om de informatie voor de synthese van een eiwit door te geven, d.w.z. om het in RNA om te zetten, zijn al meer dan 10 eiwitten nodig. Om nu het gewenste eiwit aan de ribosomen te produceren, de eiwitfabrieken van de cel, hebben we nog eens 50 eiwitten nodig. Nu ontbreken alleen nog 20 RNA synthetases, eveneens gespecialiseerde proteïnen. Bovendien moeten alle aminozuren de juiste chiraliteit hebben voor synthese. De waarschijnlijkheid ligt bij een peptide met 200 aminozuren op 1 : 1.060.

Het enige wat nu nog ontbreekt zijn een paar sturende-elementen, een heleboel RNA-nucleotiden, voldoende ATP als energiebron, de juiste pH en een optimaal substraat. Vergeet de celwand niet, zodat die niet afbreekt. Nu kunnen eiwitten, de basis van het leven, geproduceerd worden.
Om een eenvoudig eiwit zuiver toevallig te kunnen produceren, moet er dus al een cel met een gesofisticeerd innerlijk leven aanwezig zijn. Voordat we een veer van een kip kunnen krijgen, hebben we een ei nodig - en dat legt Darwin's vluchtige gevederde gevogelte, per toeval. Wiskundigen hebben al langer geleden de toevalligheden berekend waarop het darwinistische wereldbeeld is gebaseerd. Voor een eiwit dat uit 1.500 aminozuren bestaat, is de kans op willekeurige vorming 1 : 10.770 - een getal met 770 nullen.

In 1983 berekende de astronoom en wiskundige Sir Fred Hoyle de kans dat een eenvoudig eencellig organisme - d.w.z. iets levends - ergens door puur toeval zou ontstaan op 1 op 1.040.000 is. Een herberekening door de moleculair biologen Douglas Axe en Steven Meyer leverde nog 1.000 nullen meer op, maar dat doet er toch niet toe. Ter vergelijking: Hoyle becijferde het aantal van alle atomen in het heelal op een schamele 1.079. Dat is misschien een hoop speculatie, maar het komt niet meer aan op een paar nullen meer of minder. Daarmee is de theorie over de oorsprong van het leven door toeval zo dood als een pier.


Explosieve resultaten

Darwin treft geen schuld. In zijn tijd wist men nog niets van de genetische code, had nog geen mens enig idee hoe ongelooflijk complex de interne werking van een cel is, die uit de chaos in de oersoep zou ontstaan. Daarbij is leven uit fysisch oogpunt, werken tegen de entropie, tegen de chaos, tegen het verval. Als de orde in het gedrang komt, treedt de dood in. Niet alleen de wetmatigheden van de biochemie, maar ook die van de fysica, hier de wetten van de thermodynamica, zijn het smalende einde van de theorie van het leven door domme toevalligheden.
De ontelbare stukjes indirect bewijs die door Darwinisten als bewijs worden aangehaald laten altijd slechts variëteiten zien van wat er al bestaat. De overgangen ontbreken, laten we zeggen van de schubben van de hagedis naar de veer van de vogel. Zelfs de beroemde proto-vogel Archaeopteryx is geen overgang. Het is al een perfecte, aerodynamisch gevormde vogel met een gedifferentieerd verenkleed en holle botten. Het feit dat hij tanden in zijn bek had, doet er niet toe bij het vliegen. 

Sinds Darwin is er geen gebrek geweest aan overzichten van schelpvormen, slakkenhuizen of vogelsnavels. Maar het probleem is niet de vinkensnavel of het kleurrijke verenkleed, maar het verschijnen van de eerste veer of zelfs de eerste vleugel die in staat is te vliegen. Als een mutatie geen voordeel oplevert, wordt zij eruit geselecteerd, volgens de ijzeren wet van het Darwinisme. De holle kiel van een veer is al een wonder op zich. Elke op zichzelf staande mutatie is waardeloos of zelfs schadelijk.
Wanneer je naar het fossielenbestand kijkt, wordt het duidelijk dat soorten grotendeels constant blijven en er nauwelijks veranderingen plaatsvinden. Nieuwe soorten komen uit het niets, soms in grote aantallen en op hetzelfde moment. Dit is wat er gebeurde tijdens de Cambrische explosie 540 miljoen jaar geleden. Bij de volgende aardramp verdwijnen ze weer net zo snel als ze gekomen zijn. 
Darwin hoopte dat op een goede dag de ontbrekende stukken van zijn theorie zouden worden opgegraven, de ontbrekende schakels, waarvan hij het betreurde dat ze „in extreme mate" ontbraken. Maar de oogst is teleurstellend. De evolutie verloopt niet in een gelijkmatige, continue stroom. Daarmee is de grondgedachte van de klassieke afstammingsleer weerlegd. 


Bedrog afgevinkt

Als kroongetuigen van de evolutie dolen Darwin's vinken" door de leerboeken: zonder de Galapagosvogels zou de ontdekking van de evolutie praktisch ondenkbaar zijn, want bij het bestuderen van de vinkensnakvels zou Darwin een openbaring gehad hebben; hij kon letterlijk zien hoe uit één soort wel twalf nieuwe soorten voorgekomen zouden zijn. Intussen zijn de vogels uit de leerboeken ontsnapt, want dankzij gentechniek kon de grond voor de variantie van de dieren worden opgehelderd. Er leefden geen 13 soorten vinken op de Galapagos - het was allemaal één en dezelfde soort. De verschillende vormen zijn hybridisaties, die zich echter duidelijk door de vorm van hun snavel van elkaar onderscheiden.

De reden ervoor is een speciale mutatie, die tot een zogenaamde Sisyphus-evolutievoert, die dus altijd weer van voren af aan begint. Miljoenen jaren lang heeft deze ervoor gezorgd dat de vorm van de snavel cyclisch is aangepast aan het beschikbare voedsel: Als het regent, worden de snavels kort en klein; in droge jaren worden ze groot, omdat dan alleen grotere, harde noten beschikbaar zijn. El Nino veroorzaakt cyclische veranderingen in het klimaat op de Galapagos. 

Darwin maakte geen melding van veren in zijn "Origin of Species". Hij schatte de Galapagos vinken verkeerd in als merels, grasmussen en winterkoninkjes. Pas jaren later werd hij door een ornitholoog op zijn dwalingen gewezen. Dit weerhield de Darwinisten er niet van om deze vogels postuum namens de meester op te dringen als illustratief bewijs. De evolutionaire historicus Frank Sulloway wijst erop dat niets verder van de waarheid ligt dan het idee dat Darwin op de eilanden bij de aanblik van de vinken de evolutie begrepen zou hebben.
Volgens Darwin moet mutatie in elk stadium een overlevingsvoordeel opleveren, hoe klein ook, omdat "elke schadelijke wijziging, hoe gering ook, zou worden vernietigd". De weg naar het doel leidt, zoals wij nu weten, door bijna eindeloze voorbereidende stadia. Tot het laatste stadium, de hoeksteen, is er meestal geen overlevingsvoordeel of zelfs leven. Darwin vermoedde kwaad: "Als kon worden aangetoond dat er een complex orgaan bestond dat niet door talrijke, opeenvolgende, kleine modificaties kon zijn geëvolueerd, dan zou mijn theorie volledig ineenstorten." Karl Popper voegt hieraan toe: "Noch Darwin, noch enige Darwinist heeft tot nu toe een effectieve causale verklaring voor de adaptieve evolutie van een enkel organisme of orgaan geleverd." Uit met de pret!


Gebuidelde buitelaars: uit de mixer ontsprongen

Laten we het idee eens uitwerken op een eenvoudig lichaamsdeel, de buidel van een buideldier. Aanvankelijk vormde zich een kleine plooi op de buik van een kangoeroe - per ongeluk. Aanvankelijk paste er alleen een broekknoop in, maar later, nadat generaties lang was gebleken dat de plooi goed zat, paste er na enkele toevallige mutaties zelfs een lippenstift en nog later een flesje water in. Zo bood de buiktas altijd het kleine verlangde voordeel. Op een mooie dag, glipte er een pasgeboren kangoeroe naar binnen. Nadat het moederdier vier spenen in de buidel had aangelegd, slaagde uiteindelijk de instandhouding van de soort. Zo, of zo ongeveer moet het gegaan zijn.
Toch hebben onderzoekers vooral bij kangeroes sprongsgewijze ideeën ontwikkeld, hoe super de evolutie functioneert. Veel soorten zijn geëvolueerd door virussen. Volgens een veel geciteerd werk in Nature uit 1998 nestelde een retrovirus zich in het genoom van een dier. Het virale DNA vermenigvuldigde zich vervolgens bliksemsnel duizendvoudig, de chromosomen dwarrelden in het rond als roereieren, "scrambled" zoals de New Scientist schreef, en in een mum van tijd huppelden er nieuwe soorten rond in Australië. 

Het klopt, dat genomen vol zitten met vreemd genetisch materiaal. Bij de mens alleen al zijn meer dan 100 genen afkomstig van parasieten, plus tal van virale genen die in ons genoom geïntegreerd zijn. Alles bij elkaar maken ze iets minder dan de helft van ons genoom uit. In de natuur vind er een overvloedige ruilhandel in genen tussen soorten plaats. Alle levende wezens zijn dus van nature "transgenetisch". Een dergelijke uitwisseling veronderstelt dat organismen niet toevallig in de genetische rommel trappen, zoals een laars in de hondenpoep, maar dat zij op een geplande manier selecteren. Eén fout, één verkeerde letter, en er treden kanker en erfelijke afwijkingen op. Dat zou het einde zijn. 

Om dergelijke fouten in het DNA te verhinderen, ruimen schoonmaakploegen in de cellen het genetisch materiaal op, zij verwijderen "malware" en "Trojaanse paarden" die de virussen binnenbrengen. Deze zuiveringen bezorgden de genetische technologen veel hoofdbrekens omdat de cellen de manipulaties opspoorden en verwijderden. Hoe kan het dat enerzijds alle vreemde DNA-snippers er subiet uitvliegen, terwijl aan de andere kant het genoom naar het toevalsprincipe vreemde genen verwerft en daarmee kunststukjes volbrengt? 


Het toeval is een rem op de evolutie, net als het Darwinisme

Maar hoe werkt evolutie dan? Laten we eens kijken naar het "centrale dogma van de moleculaire biologie", het op Francis Crick terug te voeren principe van de eenzijdige stroom genetische informatie van het DNA naar het eiwit, naar de cel, naar het organisme, maar nooit omgekeerd. Erfelijke informatie is officieel eenrichtingsverkeer van het genoom naar het lichaam. Wanneer er problemen opduiken, wacht het genoom op redding door een goddelijke mutatie. Anders blijft het passief overgeleverd aan de grillen van de natuur. 
Eenrichtingscommunicatie als basis van zeer complexe organismen? Dat bestaat op geen enkel schip! Stel je een centraal zenuwstelsel voor dat alleen bevelen geeft maar geen informatie van de zintuigen ontvangt. Of een brein zonder het vermogen om op te slaan en te leren. Waarom zou het genoom de berichten niet evalueren? Hoe moeten organismen een succesvolle strijd om hulpbronnen voeren zonder te kunnen putten uit de ervaring van vorige generaties? Communicatie is het A & O in de biologie - alleen het genoom mag er niet van weten.

De somatische markers laten zien hoe subtiel informatieverwerking in werkelijkheid verloopt. Zij duiden op een fundamenteel neurologisch concept, bedacht door Antonio Damasio. Hij was in staat te bewijzen dat onze dagelijkse ervaringen en beslissingen worden opgeslagen zonder dat de persoon het weet. Somatische markers zijn het geheugen van het lichaam dat het in staat stelt snel verstandige alledaagse beslissingen te nemen: vulgo het buikgevoel.

Somatische markers bepalen ook onze eetlust. Zij helpen het lichaam om aan zijn fysiologische behoeften te voldoen door specifiek het verlangen op te wekken naar passende gerechten, gebaseerd op ervaringen uit de kindertijd met de smaak en het effect van voedsel. De centrale controle-eenheid is hier het enterisch zenuwstelsel, het darmbrein, dat overeenkomt met het CZS. Maar waar slaat een genoom ervaring op? Een aanwijzing daarvoor geven genetici: tot hun verbazing ontdekten zij dat slechts 2 % van het DNA eiwitten codeert, zodat de resterende 98 % als junk-DNA aangemerkt werd. 

Op de DNA "harde schijf" is er dus plaats genoeg. Experimenten bevestigden dat het genoom inderdaad "aangeleerde" gedragingen van dieren opslaat. In het geval van trekvogels wordt gezegd dat het tijdstip en de bestemming van de trek genetisch geprogrammeerd zijn. Maar soms past het programma niet bij de vogels en blijven ze in warmere jaren liever thuis. Ooievaars vertonen "reismoeheid" en blijven in Spanje rondhangen in plaats van naar Afrika te zeilen, zoals het genoom heeft bevolen. Ook veel zwartkoppen hebben het daar ook niet meer naar hun zin en verhuizen naar Engeland. En dan verandert het genoom al. Dan zijn het plotseling "genetische aanpassingskunstenaars" die, zo lees ik, in „ijltempo“ evolutie bedrijven. Ah ja.

Experimenten tonen aan dat trekvogels, waarvan het vertrek gedurende verschillende generaties werd verstoord, vanaf de 8e generatie hun gedrag veranderden, alsof zij al wisten wat hen te wachten stond. Dit betekent dat het geleerde opgeslagen is, maar pas na herhaald gebruik door verschillende opeenvolgende generaties weer beschikbaar komt. Oudere, ongebruikte programma's worden overschreven. Programma's die zich in de loop der eeuwen hebben bewezen, worden navenant lang bewaard. Het genoom herinnert zich van generatie op generatie wat dienstbaar was en wat verouderd is.


Darwin / Darwinisten

Zoals bij het industriële design geldt ook in de evolutie het principe: Form folows function, een concept dat reeds in het werk van Darwin opduikt. In 1880 protesteerde hij in Nature tegen de insinuatie dat hij nog steeds geloofde in selectie als de beslissende kracht: bestaat er nog iemand "die heeft beweerd, dat de evolutie van soorten uitsluitend afhangt van natuurlijke selectie? Wat mijzelf betreft, ben ik van mening, dat niemand zoveel waarnemingen over de uitwerkingen van het gebruik en niet gebruik van lichaamsdelen voortgebracht heeft, zoals ik het ... gedaan heb ... een aanzienlijk aantal feiten heb aangevoerd die de directe invloed van externe omstandigheden op organismen aantonen." Verworven eigenschappen zijn volgens Darwin een belangrijke kracht in de evolutie. 
Al in 1863 deed Darwin zijn theorie van mutatie en selectie af als "rubbish thinking", als dom geklets. Achter de evolutie steekt naar zijn mening "een volkomen onbekend mechanisme". Darwin was een solide wetenschapper en geen verstokte Darwinist. 

Wij hebben de stuwende kracht op de achtergrond nog niet begrepen, die een ordenende werking heeft, die tegen de entropie inwerkt, die de nodige aanpassingen doet om het leven in stand te houden en te ontwikkelen. Levende wezens hebben bewustzijn en dit bewustzijn is creatief. Zo wordt het individu zelf een actieve kracht van de evolutie. Wat niet tijdens het eigen leven kan worden gerealiseerd, zal in de wieg van toekomstige generaties gelegd worden. 

Deze voorstelling is kennelijk wat veel gevraagd voor vele atheïsten, die Darwin tot de nieuwe Godvader verheffen. Net als de vromen, die bang zijn wanneer de creatieve vrijheid hen ten deel valt. Beiden houden de deur naar evolutionair denken gesloten, in plaats van een nieuw tijdperk in te gaan, wanneer het oude de geest geeft. Ook nu geldt: Ἐν ἀρχῇ ἦν ὁ Λόγος. In den beginne was het bewustzijn.